IJSELMEER
In de rij staan en wachten, dat had men ons gauw geleerd.
’s Avonds 6 uur werden we weer in de rij gezet, weer was het tellen en nog eens tellen. Dat duurde zo urenlang, doch eindelijk marcheerden we de loods uit en werden ingescheept in een kleine motorboot van naar schatting ruim 100 ton. We waren met 250 man in dat kleine bootje gepropt, als haringen in een ton. We gingen een kwade, koude en vooral een gevaarlijke nacht tegemoet. Het IJsselmeer naar Kampen kon men niet zonder gevaar oversteken, want de Engelsen waren daar in de buurt en in tijd van oorlog kan natuurlijk van alles gebeuren. Gelukkig waren velen zich van dat gevaar niet bewust. We mochten absoluut niet aan dek komen, hoe graag we het ook wilden, want het was die nachtprachtig, stil weer. De maan scheen helder en de sterren flonkerden aan de hemel. Zo rustig was de natuur alsof er geen oorlog was en geen leed geschiedde.
Doch plotseling zaten we in grote angst; er ronkte ergens een vliegtuig en het geronk werd luider en luider. Het vliegtuig scheerde laag over ons bootje heen. Zouden ze gaan schieten ? Neen ! Gelukkig vloog het verder en liet ons rustig doorvaren.
Wij stonden ondertussen stijf tegen elkaar aan. Zitten konden we helemaal niet, we hingen zo’n beetje, nu op het ene, dan op het andere been. Zo brachten we weer een nacht slapeloos door.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.