BEVRIJD

De radioberichten die we de week na Pasen hoorden, waren hoopvol en goed, want Kassei was nu bezet en de Amerikanen rukten snel op naar het Zuiden en Oosten om langs Nordhausen heen via Sangerhausen, Halle en Leipzig naar Berlijn te trekken. Doch eer men met tanks en auto’s en al het mee te voeren oorlogsmateriaal langs deze wegen zouden kunnen gaan, moest eerst de weg gebaand worden en daar zorgden de luchtstrijdkrachten voor. Dagelijks en vooral des nachts kwamen er ontzettend veel vliegtuigen over en bombardeerden Halle, Leipzig enz. Het was doorlopend groot alarm en wij zaten doorlopend in angst.
Na het bombardement op Nordhausen, 3 April, hadden we niet meer gewerkt.
We waren nu in en om de barak, hielpen wat in de keuken, zaten af en toe in de
slechte schuilkelders of slenterden wat rond. Zodra echter de avond aanbrak, verlieten de meesten de barak met hun strozak, dekens en bagage op hun rug en trokken de veilige bergen in. Er waren hokjes en schuurtjes genoeg en de meesten waren dan zo gelukkig zo’n hokje met 2, 4 of meer man te krijgen en brachten daar rustig de nacht en een gedeelte van de dag in door.
Ook de gehele burgerbevolking zag men ’s avonds de bergen intrekken. Ook die zocht daar een rustig plaatsje voor de nacht.
Toch bleven nog enkelen, die niet bang uitgevallen schenen te zijn, in de barak slapen doch dat bezorgde aan 9 man een hoop ellende en narigheid. Er was n.l. Woensdag 11 April om 6 uur een bevel uitgevaardigd, dat wij allen die avond om 6 uur aangetreden moesten staan met al onze bagage, dekens enz. We zouden weggevoerd worden, verder het Oosten in, want de Tommy was in aankomst! Doch we wisten het vroeg genoeg en vluchtten diep, erg diep de bossen in of zochten een goed onderkomen in het dorp bij een of andere kennis. Aan negen van onze jongens gelukte het echter niet te ontkomen. Ze waren niet ver genoeg de bergen ingegaan en werden door de “Hitlerjeugd’, jongens van 16 jaar, gevangen genomen en lopend naar Eisleben gebracht – 17 Km. Zondag 15 April haalde Triemstra ze terug. De morgen van de voor ons onvergetelijke 12de April hoorden we al vroeg in de verte een eigenaardig, steeds naderbij komend geluid: motoren-geronk! Het loeide alsof men een dorsmachine hoorde draaien. En daar.. . plotseling, daar zagen we ze! De tanks van het Amerikaanse leger, met op elke tank een grote witte ster! De bevrijding! Wat gevoelden we ons nu vrij en wat waren we nu dankbaar, dat we eindelijk verlost waren van het Duitse juk! We jubelden en waren allen uitgelaten!
Vlug verlieten we nu bergen en bossen en “trokken volgens plan terug”naar de barak!
Honderden, ja duizenden tanks, auto’s, trailers, tractors en van alles trokken die dagen door het stille, half verwoeste dorpje Wallhausen, veel stof achterlatend. De bevolking had de witte vlag uitgestoken en was blij dat ze nu tenminste weer eens rustig zou kunnen slapen. Want: “Sie hotten keine Ruhe mehr”!
We waren al gauw goede maatjes met de Amerikaanse soldaten en we kregen spoedig cigaretten. Ze waren met de rokerij erg royaal, ze gooiden nog bijna hele cigaretten weg en wij, die al zo lang niets te roken hadden, raapten die peukjes op en verzamelden zo in korte tijd veel tabak. En wat een tabak! Jonge, jonge, dat was weer eens een echte, goede, ouderwetse cigaret! Weg met eigen teelt!
Wat hadden we het nu goed! Plotseling volop te eten en volop te roken. Nu niet werken, maar eten en roken en slapen.
Nu we dan eenmaal bevrijd waren, wilden we toch wel gauw proberen thuis te
zien komen. Maar om te gaan lopen zou onzin zijn want we zaten ruim 500 Km. van de grens af en treinen reden er niet. Verder waren de hoofdwegen voor particulieren verboden, zodat er niets anders op zat dan te wachten totdat men ons met legerauto’s zou vervoeren. Dat is gebeurd ook, doch enkelen konden niet langer wachten en gingen toch maar per auto, motor, fiets en zelfs te voet. De grootste helft bleef achter. We kwamen niets tekort want er was eten in overvloed. We kregen zelfs brood bij den bakker zonder bon, terwijl de bevolking het niet eens met een bon kon kopen. Vroeger zei men:”Es gibt gar nichts für die Auslander”, maar nu: “Alles für die Auslander”.
Laat nu de Moffen de rilpip maar krijgen! We hebben ons altijd een soepberoerte moeten eten met hun eeuwige zenuwensoep.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.