Cornelis van der Mast

Slachtoffers / Melissant / Cornelis van der Mast

Cornelis van der Mast

7 april 1922 – 24 september 1944

Cornelis (Kees) van der Mast werd op 7 april 1922 geboren in Melissant, als zoon van Hendrik van der Mast en Kaatje van der Veer. Hij werkte als landarbeider en kwam in de oorlogsjaren door zijn gedrag en roekeloosheid geregeld in de problemen met de Duitse bezetter. Toen de grond hem uiteindelijk te heet onder de voeten werd, besloot hij het eiland te verlaten — zijn moeder bracht hem tot aan de trein in Rotterdam, waar zij noodgedwongen afscheid van hem moest nemen. Kees kwam terecht in het buurtschap Laarbroek bij Asten, in Noord-Brabant, waar hij onderdak vond bij de familie (Naris) Heijligers.

Ook bij de Heijligers bleef Cornelis een onrustige, moeilijke onderduiker. Hij droeg voortdurend een van de Duitsers afgepakte handgranaat of pistool bij zich en had een schop onder zijn bed liggen — vastbesloten om ooit wraak te nemen op de bezetter, die hem eens een mes op de keel had gezet. Ook zijn gewoonte om ’s zondags naar het café te gaan, kon op weinig bijval van zijn gastgezin rekenen. Op 22 september 1944 liep hij twee Duitse soldaten tegen het lijf die hem de weg naar het Laarbroek vroegen, waar zij van plan waren boerderijen in brand te steken. Naar eigen zeggen gooide Cornelis zijn handgranaat naar de twee militairen en doodde hij hen beiden. Hij vertrok daarop meteen bij zijn onderduikadres.

Twee dagen later, op zondag 24 september 1944, zou Cornelis vanuit het net bevrijde Someren met een ander naar Heusden gaan, maar hij kwam niet op de afgesproken tijd opdagen. Later die dag reed hij alsnog, getooid met een oranje band, op een met oranje bloemen versierde fiets richting Heusden — mogelijk in de veronderstelling dat het dorp al bevrijd was. De Duitse militairen die de aanval op Asten en Heusden op dat moment nog volop voortzetten, dachten daar anders over: op de Voorste Heusden werd hij aangehouden en kort daarna doodgeschoten. Zijn lichaam bleef, overdekt met een oude matras, nog drie dagen in een sloot liggen voordat het werd geborgen. Cornelis werd eerst begraven op het kerkhof van Heusden en later herbegraven op de Nederlands Hervormde begraafplaats aan de Kruiskensweg in Asten — dat graf is echter in de loop der jaren geruimd en nooit teruggevonden. Cornelis van der Mast werd slechts 22 jaar oud; zijn vader fietste na de oorlog, op surrogaatbanden, helemaal naar Asten om het graf van zijn zoon te bezoeken.

De bevrijding van Someren en Asten, september 1944

Na de geallieerde opmars door Frankrijk en België bereikten de eerste Britse tanks op 21 september 1944 het Speelheuvelplein in Someren — het dorp was bevrijd. Diezelfde avond en de daaropvolgende dag stroomden meer tanks en geschut de streek binnen, en veel inwoners staken al oranje speldjes op en versierden hun fietsen uit vreugde. Maar de bevrijding stopte niet bij de gemeentegrens: om zeven uur ’s avonds op 22 september begon de aanval op de naburige dorpen Asten en Heusden en het omliggende Peelgebied, waar de Duitsers zich hergroepeerden op een beter verdedigbare linie. De Peel bleek voor de geallieerden lastig te veroveren terrein en het zou nog weken duren voordat het gebied echt vrij was. In die verwarde dagen, met bevrijdingsvreugde vlakbij en Duitse troepen nog volop aanwezig, reed Cornelis van der Mast op 24 september 1944 zijn met oranje versierde fiets recht op een Duitse patrouille bij Heusden af.