Tannetje van der Mast

Tannetje van Sprang-van der Mast

Op een rustige maandagmiddag 6 november 1944 zijn twee jongetjes op het Achterspui in Oud-Beijerland bezig om met zelfgemaakt vistuig wat voorn te vangen. Op het schuin aan de overzijde gelegen pand Oostdijk 117 staat mevrouw Tannetje van Sprang- van der Mast voorover geleund over de onderdeur het schouwspel gade te slaan. Tannetje is met haar man Marinus en hun zeven kinderen geëvacueerd vanuit Stad aan ’t Haringvliet, nadat het dorpje op Goeree-Overflakkee in februari 1944 ten prooi is gevallen aan de door de Duitsers doorgevoerde inundatie.

Opeens wordt het vredige tafereel bruut onderbroken door een oorverdovend gehuil van vliegtuigmotoren, geratel van mitrailleurs en ontploffende bommen. Het duurt slechts enkele minuten, maar nadat de rook is opgetrokken blijkt de schade enorm. De twee vissende jongetjes liggen versuft op de grond, tussen hen in is een behoorlijke diepe krater geslagen van wel vijf meter breed. Eenmaal bij hun positieven zetten ze het op een rennen naar huis. Tannetje is bij deze explosie echter ernstig gewond geraakt door een bomscherf en overlijdt slechts enkele uren later op 49-jarige leeftijd. Zij is begraven op de Algemene Begraafplaats in Oud-Beijerland.

Tannetje is echter niet het enige slachtoffer. Door de beschietingen en het vallen van enkele bommen komen nog twee inwoners van het dorp Oud-Beijerland om het leven: Pieter Hoogvliet en Johan Waardenburg.


Bronnen:
familie Jongejan
dhr. P.C. van der Linden

Tekst:
Dennis Notenboom