Dhr. L. Visser (verhaal 2)

Vijf jaar lang onderdrukking

Het verhaal van Laurens Visser

 „Oorlog”, dat was de kreet op 10 mei 1940. Hollandse jagers in de lucht. Op de radio werd de onheilstijding meegedeeld: Duitse legerkorpsen trokken op ver­schillende plaatsen over de grenzen. We hadden toen geen idee wat dat zou beteke­nen. Ten opzichte van die vijftig jaar die nu zijn verstreken lijken vijf jaren bezetting in het niet te vallen. Maar voor ons betekende het vijf jaar bezetting; vijf jaar beroofd van de vrijheid. Weliswaar hadden we geen honger zoals in de steden, maar ’s avonds brandden er geen lantaarns. De huizen moesten verduisterd worden. Alles was donker. Na acht uur ’s avonds mochten we niet meer op straat. De radio’s moesten worden ingeleverd. De laatste jaren van de oorlog was ook de haven afgesloten; de visserij was stilgelegd. Boeren en burgers werden ge­dwongen om mee te werken aan de verdedigingswerken van de Duitse Wehrmacht. De laatste jaren hoorde je ’s nachts de duizenden geallieerde vliegtuigen overkomen die Duitsland gingen bombarderen. En je hoorde de V2’s die vanuit Nederland werden gelanceerd, en die vooral op Londen waren gericht. Soms kwa­men ze neer in de buurt van Stellendam en dan sloegen ze diepe kraters in de grond. De polders stonden vol met palen die we „Rommel asperges” noemden naar de Duitse bevelhebber Rommel. Deze moesten verhinderen dat zweefvlieg­tuigen konden landen. Ouddorp, Goedereede en Stellendam vormden een zogenaamde Egelstelling. In Ouddorp en Goedereede waren de lopen uit de bunkers op zee gericht om een invasie tegen te gaan. Rondom Stellendam lagen mijnenvelden, woonbunkers en mitrailleurposten om een eventuele invasiemacht die via het oosten van het eiland op zou rukken tegen te houden. Met behulp van speciale versperringen konden de wegen worden afgezet. Rond de kerstdagen van 1944 had Duitsland een tegenoffensief ingezet tegen de geallieerden die via Frankrijk en België oprukten. Omdat de Duitsers vreesden dat de mannen op de eilanden tegen hen zouden worden ingezet, werden tezelfder­tijd alle mannen tussen de achttien en de vijfenveertig jaar gesommeerd zich te melden. De Egelstelling werd hermetisch gesloten, zodat vanuit Ouddorp, Goede­reede en Stellendam geen mens meer weg kon. Soldaten kamden de dorpen uit. Bij de bunkers op de Nieuweweg in Stellendam werden we achter prikkeldraad bijeengebracht. Een gedeelte werd via schepen in de haven afgevoerd en de rest waaronder ik met de stoomtram naar Middelharnis vervoerd en vandaar in boten verder. In Kampen werd voor de van Heutz kazerne afgemeerd. Het was een koude tweede kerstdag. We sliepen op wat stro in het ruim van het schip. Het eten wat we hadden was wat we van huis hadden meegekregen. Duitse soldaten patrouilleerden bij het schip. We probeerden de kerst door te brengen met het zingen van kerstliederen. Ik ben die nacht van het schip gevlucht. Na wat omzwervingen en met een flinke dosis geluk kreeg ik via de ondergrondse valse papieren. Pas een maand later op 28 januari 1945 kwam ik weer thuis. Ik moest ’s nachts eerst door de stelling bij Stellendam. Toen ik bij de boerderij was, was het drie uur in de nacht. Alles was stil. Ik klopte op het raam van de woonkamer. Twee Duitse soldaten, één oudere en één van mijn jaren, stormden naar buiten. Ze vroegen wat er aan de hand was. Ik vertelde wie ik was. We gingen de woonkamer in waar een groep Duitse soldaten hun intrek had genomen. Mijn ouders hadden ons horen praten en kwamen ook de kamer in. Ik ben vanaf dat moment thuis gebleven. De jonge soldaat was soms een paar dagen weg. Van zijn kameraden hoorden we dan dat hij weer opgesloten zat omdat hij weigerde om dienstbevelen uit te voeren. Rond de kerstdagen misschien zo’n vijf jaar geleden stopte er bij ons op de Voor­straat een Duitse auto voor de deur. Een man op jaren vraagt buiten aan mijn zoon of Visser hier nog woont. Het bleek de jonge soldaat te zijn die vijftig jaar geleden naar buiten kwam. Ondanks dat de sfeer een beetje beladen was, hebben we die middag allerlei herinneringen opgehaald. Velen hebben een litteken over gehouden aan deze periode. De andere dorpsgeno­ten zijn per trein naar Duitsland afgevoerd, waar ze gedwongen werden om voor de Duitsers te werken. Regelmatig werden de fabrieken gebombardeerd. Ze kre­gen weinig of geen voedsel. Ze waren verkleumd. En daarnaast was er een voort­durende onzekerheid over de situatie thuis. Helaas zijn niet allen teruggekeerd na de bevrijding. Op 5 mei 1945 was er de bevrijding. Het bericht bereikte het eiland via Radio Oranje. De vlaggen gingen uit, maar deze moesten op bevel van de Duitsers weer worden ingehaald. Ze dreigden met het gooien van handgranaten. Iemand van het dorp die een levensmiddelenpakket dat door geallieerde vliegtuigen was afge­worpen, niet aan hen wilde afgeven werd doodgeschoten.  Vijf jaar door vreemden overheerst worden. Je kunt je voorstellen dat dat een enorme indruk op iemand maakt. En het was natuurlijk ook spannend. Maar bovenal hield het in dat wanneer je iets verkeerds zei of deed, je zomaar kon worden doodgeschoten. Vrijheid is een groot goed.

Bron: Kom vanavond met verhalen…