Het verhaal van Keesje Bok

Speciaal voor deze uitgave heeft Cornelis van der Bok, beter bekend als Keesje Bok, zijn verhaal gedaan over zijn belevenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens het interview beleeft hij het hele verhaal opnieuw, wat een feitelijke weer­gave moeilijk maakt. Maar misschien is dat maar goed ook . . .

Keesje Bok heeft zijn hele leven in Ouddorp gewoond, onder erg wisselende omstandigheden. Zo herinnert hij zich nog fragmenten uit de Eerste Wereld­oorlog. Omdat Nederland afzijdig bleef, kwam dat niet zo dichtbij, maar de ligging van Goeree ten opzichte van België maakte dat je er wat betreft de voed­selvoorziening toch veel mee te maken had. Kees kreeg gelegenheid door te leren, een voorrecht in die tijd. Na de lagere school ging hij naar de ambachtsschool: Timmerman zou hij worden …. met daarbij een grote belangstelling voor tekenen!

In de crisistijd voor de oorlog heerste grote onzekerheid over het bestaan, en niet het minst over de dreigende invasie van de Duitsers. De geïsoleerde ligging van Goeree-Overflakkee had duidelijk voordelen, maar hoewel alles zich hier later voltrok, moesten ook de dorpen Goedereede, Stellendam en Ouddorp zwaar lijden onder het Duitse juk . . .

„Ik had dienst op het gemeentehuis toen de oorlog uitbrak en hoorde ’s nachts per radio over de invasie. Hoewel het beangstigend was, bereikten de Duitsers ons eiland pas na verloop van tijd op hun fietsen. Iedereen trok zich toen in de huizen terug, maar was toch ook wel erg nieuwsgierig . . .

Langzaamaan verslechterde de situatie, hoewel het natuurlijk nooit zo erg werd als in de stad, waar de mensen op den duur van de honger stierven. Maar ook de kop van Goeree kreeg steeds meer Duitse belangstelling, omdat ver­dedigingswerken tegen de geallieerden werden opgetrokken. Van deze Atlantic Wall zie je nu nog overal de resten in de vorm van grote en kleine bunkers. Over ‘beschermd dorpsgezicht’ hoorde je toen niemand: vele huizen en gebouwen werden uit strategisch belang neergehaald. En het erge was: Je had het maar te slikken!”

Bij de invasie van de geallieerden in Normandië in december 1944 werden onge­veer 800 mensen van Goeree gedeporteerd en tewerkgesteld in Duitsland. Keesje Bok was één van hen . . .

“Te voet en onder dwang werden we naar Stellendam gevoerd, vanwaar we midden in de nacht alweer naar Middelharnis werden gebracht met de tram die toen nog reed. Vandaar in schepen over de waterwegen door Zuid-Holland en Utrecht en over het IJsselmeer, in grote onzekerheid over wat zemetje wilden. We leefden met grote groepen op elkaar gepakt onder erbarmelijke omstandighe­den. In Kampen was een groot verzamelpunt, vanwaar we met 114 Ouddorpers naar Hamburg werden gebracht, er was geen ontsnappen aan. Velen die dat toch probeerden, hebben het met hun leven moeten bekopen.”

In Hamburg werden de mannen als een groep slaven verdeeld over Duitse werk­gevers die hen wel konden gebruiken. De tijd wordt gekenmerkt door zinloze dwangarbeid, slechte kost en beroerde slaapgelegenheid. Voor hygiëne was geen aandacht, waardoor velen aan ziekten zijn bezweken. Ook de Duitse burgers zelf hadden het zwaar en moesten bijvoorbeeld twee banen tegelijk aanhouden om aan hun 13 uur te komen.

Ondertussen kwam de bevrijding dichterbij, wat de gedeporteerde Nederlander aan den lijve kon ervaren door de vele bombardementen die er op Duitse steden, transportverbindingen en andere strategische punten werden uitgevoerd.

„Iedere ochtend werd je om 5 uur verwacht en vernederd voordat je aan het werk gezet werd. Het doel was 13 uren te werken, waarna je totaal gesloopt terug mocht keren naar de barak. Daar werd om klokslag 7 uur koolsoep en oud brood uitgedeeld. De kou en het harde ritme maakte dat je hoop op terugkeer naar het eiland vervloog. Toen Hamburg eindelijk capituleerde, waren we bang vermoord te worden door de wanhopige Duitsers, wat gelukkig niet is gebeurd.” Ook als je bevrijd was, was je nog niet zomaar weer thuis. De reis door het ver­nielde land moest voorzichtig gemaakt worden vanwege mogelijk nog explosieve versperringen. De mannen werden ontsmet en van kleding voorzien. De reis verliep met horten en stoten waarbij vele steden werden aangedaan, totdat ze einde­lijk weer op het eiland terugkeerden, waar het leven in het teken stond van de wederopbouw. Ouddorp was helemaal berooid en plaatsen die jarenlang ‘spergebied’ waren geweest, mocht je eindelijk weer betreden. Velen ontdekten tot hun grote verrassing ook, dat terwijl ze zelf naar Duitsland waren afgevoerd, anderen juist op het eiland tewerkgesteld waren om mee te bouwen aan de Duitse versterkingen aan de kust.

„In zulke omstandigheden leer je mensen pas goed kennen, en zie je bijvoorbeeld welke wisselende rol godsdienst in hun levens speelt. Ik vind het een aparte ervaring hoe we tegenwoordig zien dat de Duitsers op een heel andere manier bij ons zijn teruggekomen. De mensen van onze generatie hebben daar met pijn in het hart aan moeten wennen. Ik hoop maar dat we als Europa vredig met elkaar kunnen blijven samenleven en de afschuwelijke ervaring van terreur door één man, die miljoenen het leven heeft gekost, nooit meer hoeft terug te komen.”

Bron: Kom vanavond met verhalen…