19 februari 1904 – 17 november 1944
Johannis Overbeeke, zoon van Cornelis Overbeeke en Johanna van der Meij, was van beroep opperman (in latere bronnen ook aangeduid als landbouwer) en woonde aan de Julianastraat 19 te Ooltgensplaat. Hij was ongehuwd.
Bij de evacuatie van Ooltgensplaat, op 14 juni 1944, werd Johannis — net als zijn ouders — overgeschreven naar Dordrecht, Boshamerstraat 39. Hij bevond zich echter toevallig op familiebezoek in Putten (adres Nieuwelaan 13) toen daar, net als zijn dorpsgenoten de broers Adam en Teunis van der Veer, de beruchte razzia van 1 oktober 1944 plaatsvond, waarbij in totaal 660 mannen uit Putten werden weggevoerd — van wie er 540 niet zouden terugkeren.
Johannis Overbeeke overleed op 17 november 1944 aan dysenterie in het concentratiekamp Ladelund, veertig jaar oud. Na de oorlog stelde het Ministerie van Justitie vast dat zijn politieke betrouwbaarheid boven alle twijfel verheven was.
Zijn vader Cornelis Overbeeke overleed in 1955 in Ooltgensplaat; zijn moeder Johanna van der Meij verhuisde daarna naar Sommelsdijk, waar zij in 1959 overleed.