11 november 1911 – 6 december 1944
Hendrik den Braber woonde in Ooltgensplaat samen met zijn vader Andries en twee broers — van wie de één bijna blind was en de ander moeilijk ter been. Zijn moeder was al overleden; zijn vader werkte als tuinman bij notaris Akkermans.
Op woensdag 29 november 1944 was Hendrik aan de Spuidijk bezig aardappelen onder de zogeheten “winterrok” te doen — een dubbele laag stro en aarde ter bescherming tegen de vorst. Er stond iemand bij hem te kijken. Op een gegeven moment werden vanaf Noord-Brabant weer enkele granaten afgevuurd, waarvan er één in de buurt van de beide mannen ontplofte. Door een granaatscherf raakte Hendrik zwaar gewond.
Er werd onmiddellijk contact opgenomen met het ziekenhuis te Dirksland. Met de ziekenauto werd Hendrik in Ooltgensplaat opgehaald en naar het ziekenhuis gebracht. Daar is hij op 6 december 1944 aan de gevolgen van zijn verwondingen overleden.
Den Braber had tijdens de inundatie eens een begrafenis in Ooltgensplaat bijgewoond; de gedeeltelijk onder water staande begraafplaats kon toen slechts met veel moeite worden bereikt. Dat beeld had hij kennelijk nog voor ogen: tijdens zijn laatste levensdagen in het ziekenhuis verzocht hij zijn familie nadrukkelijk hem eventueel in Dirksland te laten begraven. “Wat u later met me doet, moet u dan maar weten”, zei hij berustend.
Hendrik den Braber werd aanvankelijk op de Algemene Begraafplaats te Dirksland begraven, maar op 22 oktober 1945 is zijn stoffelijk overschot alsnog overgebracht naar de Algemene Begraafplaats van Ooltgensplaat.
Hendrik was van beroep los werkman en lid van de Nederlands Hervormde gemeente; naast zijn twee broers had hij ook drie zussen. Uit het latere onderzoek van de Oorlogsgravenstichting blijkt dat Hendrik den Braber politiek betrouwbaar was. Op zijn graf in Ooltgensplaat plaatste de Oorlogsgravenstichting in oktober 1959 één gezamenlijke grafsteen, gedeeld met zijn dorpsgenoot Cornelis Pipping, die — zonder dat daar enige familieband aan ten grondslag ligt — toevallig naast hem begraven ligt.