27 juni 1924 – 29 september 1945
Cornelis Johannes Pipping werd op 27 juni 1924 geboren in Ooltgensplaat, als zoon van landarbeider Joost Pipping en Jannetje Kievit. Hij was van beroep landarbeider en lid van de Nederlands Hervormde gemeente. Hij werd weggevoerd naar Duitsland en tewerkgesteld in Wetzlar.
Door de ontberingen die hij daar had doorstaan, keerde Cornelis zwaar ziek terug en kwam op 23 april 1945 aan in Vaals, Limburg — destijds de plaats van het regionale repatriëringssanatorium voor teruggekeerde tewerkgestelden. Op 4 mei 1945 werd hij daar opgenomen; hij overleed er op 29 september 1945 aan een longembolie, als gevolg van longtuberculose. Net als enkele andere Flakkeeënaars behoort Cornelis Pipping tot degenen die de oorlog weliswaar “overleefden”, maar die aan de opgelopen schade alsnog bezweken voordat zij weer volledig thuis konden zijn.
Cornelis werd op 4 oktober 1945 begraven op de Algemene Begraafplaats van Ooltgensplaat, in een graf dat hij deelt met zijn dorpsgenoot Hendrik den Braber — zonder dat daar enige familieband aan ten grondslag ligt. In oktober 1959 plaatste de Oorlogsgravenstichting op dit graf één gezamenlijke grafsteen met beide namen.