Slachtoffers / Herkingen / Cornelis Koote
Geboren
Cornelis Koote wordt geboren in Herkingen, als derde van zes kinderen van Stoffel Evert Koote en Eva Maria Doornhein.
15 januari 1876 – 8 april 1941
Cornelis Koote werd op 15 januari 1876 geboren in Herkingen, als zoon van Stoffel Evert Koote en Eva Maria Doornhein — die later naar ‘s-Gravenzande verhuisden — en als derde van zes kinderen. Cornelis koos, net als zijn broer Laurus (machinist), voor een leven op het water: hij werd sleepbootkapitein. Op 9 oktober 1907 trouwde hij in Rotterdam met Johanna Herberta van Ballegoyen, afkomstig uit Nijmegen. Het echtpaar ging wonen aan de Westerkade in Rotterdam en kreeg zes kinderen, van wie er vier al op zeer jonge leeftijd overleden — de oudste nog geen anderhalve maand oud, de jongste maar 104 dagen.
Als sleepbootkapitein voer Cornelis de binnenvaartroutes tussen Rotterdam en het Duitse Ruhrgebied — een vaargebied dat na de Duitse bezetting van Nederland in mei 1940 onder strikt Duits toezicht kwam te staan, met verduisteringsvoorschriften die de havens en kades ’s nachts in het donker hielden. In de vroege ochtend van 8 april 1941 werd Cornelis, 65 jaar oud, dood aangetroffen in het Vinkekanal aan de Jordingstraße in Duisburg — een deel van de uitgestrekte Duisburgse binnenhaven, destijds de grootste van Europa. De Duitse overlijdensakte noemt als doodsoorzaak “Tod durch Ertrinken (Unglücksfall)”: verdrinking door een ongeval.
Zijn overlijden werd pas op 4 december 1945, ruim na de bevrijding, officieel geregistreerd bij de Duitse burgerlijke stand — een vertraging die typerend was voor de chaotische naoorlogse afhandeling van Nederlandse oorlogsslachtoffers in Duitsland. Cornelis werd aanvankelijk begraven op de Waldfriedhof in Duisburg-Wanheimerort. Pas in 1955, veertien jaar na zijn dood, werd hij door de Oorlogsgravenstichting opgegraven en op 16 juni van dat jaar herbegraven op het Nederlandse ereveld aan de Stoffeler Friedhof in Düsseldorf, waar hij nog altijd rust.
Zijn vrouw Johanna Herberta overleed op 6 december 1971 in Amersfoort, 90 jaar oud. Van hun kinderen bereikten alleen dochter Eva Stoffelina en zoon Cornelis Pieter Willem (elektrisch lasser) de volwassenheid; via hen heeft Cornelis Koote nog altijd nakomelingen.
Voor de Nederlandse binnenvaart hield de oorlog niet op bij de capitulatie van mei 1940: schepen en sleepboten die op Duitsland voeren, bleven in de vaart, nu onder Duits toezicht en met de voorschriften van de bezetter. Een van de ingrijpendste daarvan was de verplichte verduistering: havens, kades en schepen mochten ’s nachts geen licht meer tonen, uit angst voor geallieerde bommenwerpers. Voor mannen die hun werk — aan- en afmeren, laden en lossen, het overstappen tussen schip en wal — altijd al in het donker en vaak in weer en wind moesten doen, maakte dat een toch al gevaarlijk beroep nog onvoorspelbaarder. Cornelis Koote, sleepbootkapitein uit Herkingen, verdronk in de vroege ochtend van 8 april 1941 in een kanaal in de haven van Duisburg — geen directe oorlogshandeling, maar wel een dodelijk ongeval in de haven van een bezet land, in de uitoefening van een beroep dat door diezelfde oorlog gevaarlijker was geworden.