Slachtoffers / Herkingen / Aren Huizer
Geboren
Aren Huizer wordt geboren in Herkingen, waar hij later als metselaar-aannemer een groot deel van het dorp zelf zal bouwen.
17 juni 1893 – 5 januari 1945
Aren Huizer werd op 17 juni 1893 geboren in Herkingen. Hij groeide op tot metselaar-aannemer en bouwde als zodanig een groot deel van zijn eigen dorp: bijna de gehele Nieuwstraat en Tuindorp in Herkingen zijn door zijn handen gebouwd. Hij trouwde met Maria Dirkje den Rooijen, en het gezin kreeg een tweeling, de dochtertjes Hendrika en Cornelia.
Toen de oorlog voortduurde en delen van Zuid-Holland werden geëvacueerd, kwam ook het gezin Huizer buiten Herkingen terecht. Aren voelde zich op zijn eerste evacuatieadres niet op zijn gemak en vroeg met klem om een plek in het dorpje Veen, in het Land van Heusden en Altena — daar zaten namelijk al veel andere Herkingenaren, onder wie zijn neef, de smid Verzijl aan de Witboomstraat. Op 8 juni 1944 vertrok het gezin definitief naar Veen.
Wat niemand op dat moment kon weten: terwijl het grootste deel van Noord-Brabant in het najaar van 1944 werd bevrijd, bleef het Land van Heusden en Altena, met Veen, nog tot mei 1945 onder Duitse bezetting en veranderde het gebied in feite in frontlinie. Op 5 januari 1945 werd Veen getroffen door een zwaar bombardement. Aren Huizer zocht met anderen dekking in de kelder van een slagerij, maar de woning kreeg een voltreffer. Samen met tien andere burgers vond hij daar de dood. Omdat zijn lichaam niet meer op een andere manier kon worden geïdentificeerd, herkende men hem uiteindelijk aan zijn kleding — een pilowpak, het werkpak van een vakman als hij.
Een halfjaar later, op 12 juli 1945, keerde het gezin Huizer terug naar Herkingen. Zijn vrouw Maria Dirkje bleef er wonen tot 22 april 1955, toen zij — om onbekende reden — opnieuw naar Veen vertrok, de plaats waar haar man was omgekomen.
Voor duizenden geëvacueerden uit Zuid-Holland, onder wie ook de familie Huizer, leek het Land van Heusden en Altena aanvankelijk een veilig heenkomen. Maar dat veranderde drastisch toen de geallieerden in het najaar van 1944 Zuid-Nederland grotendeels bevrijdden en zich aan de Maas vastzetten: het gebied ten noorden van de rivier, met dorpen als Veen, Wijk en Aalburg en Almkerk, bleef in Duitse handen en werd zo zelf een stuk front. Wie hier naartoe was gevlucht om aan het oorlogsgeweld te ontkomen, bevond zich plotseling middenin de strijd — met beschietingen, vorderingen van arbeidskrachten en, zoals in Veen begin januari 1945 bleek, zware bombardementen op de dorpen zelf. Pas in mei 1945, na de algehele Duitse capitulatie, kwam ook aan de bezetting van dit laatste stukje Noord-Brabant een einde.