Familie Mesritz

Van sommige families zijn veel, van andere families zijn veel minder sporen. Zo’n laatste familie is die van de Mesritzen uit Middelharnis. Ze hadden geen eigen woning en ook weinig ander vermogen, dus is er na de oorlog weinig correspondentie over hun bezittingen gevoerd; er is geen huisraad, geen dagboek of andere schriftelijke correspondentie overgeleverd. Toch zijn er wel snippers waardoor ook deze vijf inwoners van Middelharnis ‘een gezicht’ krijgen.

Izaäk Mesritz en Grietje de Winter trouwen in 1909. Izaäk is afkomstig uit Schiedam,  Grietje is het oudste kind van de grote familie De Winter uit Oude-Tonge. Samen krijgen zij vijf kinderen. De twee oudsten wonen tijdens de oorlog niet meer op Goeree-Overflakkee. Izaäk heeft in de loop van de tijd allerlei betrekkingen in loondienst.

Aan het begin van de jaren dertig doen de jongste zoons Eli en Leon een tijdje enthousiast mee met de puzzelrubriek van het Joodse jeugdkrantje Betsalel. Het levert hen mooie boeken op – en af en toe een aardig berichtje in de kolommen van de jeugdkrant. Daaruit blijkt dat ze betrokken zijn op het Joodse leven. Eli viert in 1933 zijn Bar Mitswa en wordt daarmee religieus volwassen. Dochter Eva volgt de Ulo en is actief bij de Flakkeesche Zwemclub – totdat ze zich in 1941 genoodzaakt ziet om haar lidmaatschap op te zeggen.

Wanneer de oorlog uitbreekt zijn ook Eli en Leon al van school af. In de zomer van 1942 gaat de dan 22-jarige Eli als hulpje van fotograaf Dirk Horseling mee op stap. Zij worden echter rond Herkingen ‘betrapt’ door een collega-fotograaf. Het is dan inmiddels zowel verboden om een Jood in dienst te hebben als om een camera over straat te vervoeren zonder speciale vergunning. Horseling wordt op last van de Ortskommandant vastgezet. Eli moet met zijn broer en zus mee met het eerste transport van Goeree-Overflakkee. In de zomer van 1940 zou hij ook al op het maken van foto’s in Goedereede betrapt zijn en daarvoor een tijdlang gevangen hebben gezeten – of mogelijk gaat dit toch ook om dezelfde gebeurtenis in Herkingen.

Op 4 november 1942 geeft een SS-Sturmbahnführer opdracht tot verkoop van de camera’s van Horseling en Mesritz. Eli Mesritz is dan echter al meer dan een maand ervoor vermoord, evenals zijn broer en zus. Hun overlijdensdatum staat op dertig september. Mogelijk zijn zij al eerder deze maand bezweken aan de ontberingen – wanneer de exacte datum van overlijden onbekend is, heeft men ervoor gekozen om de laatste datum van een maand op te geven. Onder welke omstandigheden deze drie jongeren alle drie zo snel hun leven hebben gelaten, is eigenlijk niet voor te stellen.

Het wordt Izaäk en Grietje niet gegund om samen te reizen naar Westerbork en verder.

Om onbekende redenen is Izaäk namelijk één van de weinigen die tussen de twee grotere transporten van Goeree-Overflakkee alleen wordt opgeroepen. Hij arriveert tussen 3-5 oktober (zo staat het op zijn Joodse Raadkaart) in Westerbork. Daar verblijft hij nog twee weken, maar met de trein van 19 oktober moet hij dan toch mee naar Polen. Na aankomst in Auschwitz wordt hij direct vermoord in de gaskamer. Hetzelfde lot treft zijn Grietje drie weken later, wanneer zij met het tweede transport van Goeree-Overflakkee naar Westerbork wordt gebracht. Als laatste van het gezin vindt zij op dertien november 1942 de dood in Polen.

Van iedere Joodse inwoner van Nederland werden gegevens bijgehouden. Naam en woonplaats staan boven de streep. Daaronder staan het adres en de geboortedatum en evtentuele verdere gegevens. Met een stempel werd vermeld op welke datum men aankwam in doorgangskamp Westerbork (afgekort als w’bk). Met potlood is schuin over deze gegevens de datum geschreven waarop men vanaf Westerbork op transport (trsp) ging naar de vernietingskampen. Op de achterzijde stond vaak een contactpersoon vermeld die de Joden bij aankomst in Westerbork opgaven.