Familie Gazan

Hartog en Antje Gazan-Polak woonden met hun drie kinderen in een smalle woning achter hun tabakszaak op de Westdijk in Middelharnis. In het middengedeelte van het pand werkte de tweeling, Floretha en Sebilla. Zij verdienden de kost als naaisters. Hun jongste zoon Salomon was net van school af voordat het Joodse leerlingen verboden werd om niet-Joodse scholen te bezoeken. Al in augustus 1941 werd de tabakswinkel gesloten. De gemeentelijke veldwachter kreeg de opdracht om te controleren of Gazan de zaak wel echt gesloten had.

Het hele gezin Gazan werd in 1942 getransporteerd, maar niet gezamenlijk. Eerst werden de drie jongeren opgeroepen in augustus. Salomon was toen 17, de tweeling 23 jaar oud.

Floretha, Sebilla en Salomon werden naar Westerbork gebracht. Daarvandaan moesten zij in de eerste trein naar Auschwitz. De reis duurde drie dagen. Na aankomst werden zij direct vergast. Salomon heeft zijn 18e verjaardag daardoor niet meer mogen vieren. Hartog en Antje werden opgeroepen in november. Ook zij werden direct doorgevoerd en vermoord.

‘Op de Dijk was het heel druk met mensen, iedereen wist dat ze gingen en wilde hen zien vertrekken. Mijn ouders werden toen, als goede buren, gevraagd om achterom te komen bij het Spui, om gedag te zeggen. Ik zie de drie nog gaan. Bets en Floretta voorop en daarachter Sam. Hij had zo’n gevlochten koffertje vast. Ze gingen lopend, naar het tramstation aan de Julianaweg. Langs het Spui en toen bij het volgende slop weer omhoog de Dijk op. Ik heb het wel honderden keren in mijn leven weer voor me gezien, zo aangrijpend was het. Hij liep een stukje en dan kwam hij weer terug naar zijn moeder; en dan liep hij weer, en kwam weer terug. En mevrouw Gazan maar roepen. Ze had zo’n hese stem, ik hoor haar nóg roepen. We wisten niet wat er met ze ging gebeuren, maar wisten wel dat dit niet goed zou komen.’

Van iedere Joodse inwoner van Nederland werden gegevens bijgehouden. Naam en woonplaats staan boven de streep. Daaronder staan het adres en de geboortedatum en evtentuele verdere gegevens. Met een stempel werd vermeld op welke datum men aankwam in doorgangskamp Westerbork (afgekort als w’bk). Met potlood is schuin over deze gegevens de datum geschreven waarop men vanaf Westerbork op transport (trsp) ging naar de vernietingskampen. Op de achterzijde stond vaak een contactpersoon vermeld die de Joden bij aankomst in Westerbork opgaven.

Bij een recente verbouwing bleek dat achter de deur van de winkel van Gazan nog een mezoeza was bevestigd. Een mezoeza is een kokertje met teksten uit Deuteronomium dat aan de deurpost wordt bevestigd. Het is een gebruik om bij binnenkomst van een vertrek waarin een mezoeza is bevestigd dit te kussen of aan te raken.