Familie Cohen-Rosenberg

Het eerste Joodse slachtoffer van Goeree-Overflakkee: die twijfelachtige ‘eer’ viel slager Meijer Marcus Cohen te beurt. Door toedoen van een Nederlandse burgemeester, de veldwachter en zijn voormalige knecht – en wellicht zelfs ook andere slagerscollega’s die hem als concurrent zagen.

Meijer Marcus Cohen en zijn vrouw Sophia hebben een goedlopende slagerij aan de Kerkstraat in Oude-Tonge. Daarnaast verhuren zij een slagerij aan het Achterdorp in Dirksland. Hun beide zoons Jaap en Louis helpen hun vader in de zaak. Louis bezorgt de bestellingen op zijn slagersfiets, met een grote witte mand voorop. Een enkele keer rijdt hij mét fiets over de trappen van de Molendijk af. De Cohens hebben een vriendenclub, vooral bestaande uit andere middenstanders. Wekelijks komen ze bij elkaar voor een avondje kaarten. Meijer neemt vaak een biefstukje mee voor zijn vrienden.

Jaap en Louis, ook wel ‘de bengels van Oude-Tonge’ genoemd.

Hoe houd je jongeren betrokken op het Jodendom als er weinig jongeren zijn? Jeugdvereniging Betsalel bedenkt dat het uitgeven van een Joodse jongerenkrant zou kunnen helpen. Louis Cohen is één van de jongeren die oplossingen van puzzels instuurt. Daarbij hoorde ook een briefje. In de reactie op zijn briefje uit 1933 van de redacteur krijg je een mooi inkijkje in zijn Bar Mitswa viering, de viering van religieuze volwassenheid rond het 13e levensjaar.

Slager

Cohen is joods, maar hij verkoopt ook varkensvlees. Dat is te zien aan de nieuwjaarswens die Cohen in 1937 in het EilandenNieuws plaatst met de afbeelding van een varken erbij. Voor de joodse gezinnen komt David Slager, de voorganger van de Nederlands Israëlitische gemeente uit Middelharnis op gezette tijden naar Oude-Tonge om te slachten.

Dhr. Teun van Kempen: ‘Ik weet nog dat we als schooljongens uit school liepen en dat we zeiden: ‘We gaan even bij Meijer Cohen kijken of hij aan het slachten is’. Dat ging met een groot mes op de hals van de koe, en dan was er een rabbi bij met een keppeltje op, en dan werd er ritueel geslacht. De hals afsnijden deed de rabbi, maar Cohen slachtte het dier verder. Hij had een groot abattoir, en daar ook een grote deur, een mendeur zei men vroeger, en dan gingen we er aanhangen en zo overheen kijken, want de bovendeur stond open.’

Meijer Marcus Cohen

Verraad

Meijer Cohen is het hoofd van de plaatselijke vleestoewijzingscommissie, die het beschikbare vlees dient te verdelen onder de slagers van Oude-Tonge. Deze functie moet hij van de bezetter neerleggen omdat hij Jood is. Zijn voormalige knecht, die inmiddels een eigen slagerij heeft, volgt hem op. Onder collegaslagers is er begin 1942 onrust over de vleesverdeling. Zij worden door zijn knecht opgestookt om met elkaar te gaan klagen bij de burgemeester. Oude-Tonge had sinds het voorjaar van 1942 een NSB-burgemeester, burgemeester Dekker. Deze is een NSB’er. Ook de veldwachter van Oude-Tonge is een fanatieke NSB’er. Alom is bekend dat zij fel anti-Joods zijn. Na de oorlog getuigt een dorpsgenoot: ‘Omstreeks Pasen 1942 was het in Oude-Tonge een publiek geheim dat burg., veldwachter en slager er aan werkten om de joodse slager M. Cohen weg te krijgen. Al in april 1942 merkt Cohen hiervan de gevolgen.

De burgemeester reageert dan ook actief op de klachten van de collega-slagers. Hij vraagt direct om toestemming aan de Ortskommandant om de zaak van Cohen te sluiten omdat deze vuil zou zijn – dat is een andere klacht dan de slagers hadden ingebracht. Cohen mag niets meer uit zijn winkel halen. Omdat hij dit wel gedaan zou hebben, wordt hij op 11 april 1942 van zijn bed gelicht en naar de Sicherheitsdienst in Rotterdam gebracht. Hij keert nooit meer naar het eiland terug: eind juni ontvangt zijn vrouw Sophia het bericht dat Meijer het leven in concentratiekamp Mauthausen heeft gelaten.

Dat brengt veel schrik teweeg, bij de familie en in het dorp. Het weerhoudt de veldwachter en de burgemeester er niet van om zich actief in te zetten om ook de zoons van Cohen lastig te vallen en uit het dorp weg te werken. Sophia en haar zoons worden opgeroepen voor het eerste transport van Goeree-Overflakkee, op 14 augustus 1942. Zij vertrouwen de verhalen over werkkampen niet en besluiten onder te duiken.

Onderduiken

Sophia en Louis duiken samen onder. Al binnen een paar maanden, in oktober 1942, worden ze opgepakt. Ze zijn de straat opgegaan zonder een Jodenster op hun kleding en met persoonsbewijzen waarmee gerommeld is. Daarmee komen ze niet door de controle en worden ze naar de gevangenis in Den Haag gebracht. Daarvandaan komt het verzoek aan de burgemeester van Oude-Tonge om kleding en dekens te brengen. Een veldwachter brengt dit inderdaad naar Den Haag, zo is op de declaraties in de gemeentelijke kasboeken terug te lezen. Sophia heeft er maar weinig aan gehad: slechts enkele dagen erna wordt ze naar Westerbork gebracht en daarvandaan vrijwel gelijk door naar Auschwitz. Daar wordt ze na aankomst vermoord. Louis wordt naar kamp Vught gebracht. Daar zijn de omstandigheden voor Joodse gevangenen zwaar. Louis overlijdt al in januari 1943.

Jaap overleeft op zijn onderduikadres. Na de oorlog is hij al snel weer in Oude-Tonge terug. Om de slagerij van zijn vader te herstarten heeft hij de winkelinventaris van zijn vader nodig. Die is na diens wegvoering overgenomen door zijn voormalige knecht. Het heeft heel wat voeten in de aarde om deze spullen weer terug te krijgen, maar Jaap weet de zaak weer op te bouwen. Hij trouwt met Nanny Meijer. Tijdens de watersnoodramp wordt ook de zaak van Jaap en Nanny getroffen. Het stel besluit daarop van Goeree-Overflakkee te vertrekken en zich in Amsterdam te vestigen. Bij een auto-ongeluk in 1965 komt Jaap, twintig jaar na de oorlog, om het leven.

Van iedere Joodse inwoner van Nederland werden gegevens bijgehouden. Naam en woonplaats staan boven de streep. Daaronder staan het adres en de geboortedatum en eventuele verdere gegevens. Met een stempel werd vermeld op welke datum men aankwam in doorgangskamp Westerbork (afgekort als w’bk). Met potlood is schuin over deze gegevens de datum geschreven waarop men vanaf Westerbork op transport (trsp) ging naar de vernietigingskampen. Op de achterzijde stond vaak een contactpersoon vermeld die de Joden bij aankomst in Westerbork opgaven.

Op de kaart van Jacob zijn na de oorlog met potlood aantekeningen gemaakt. Van Louis is alleen een inschrijfkaart van ‘Konzentrationslager Vught’ bewaard gebleven.