Willem Vis-van Heemst


Eind 1944 hielden de Duitsers op grote schaal razzia’s in Nederland. Dit omdat de bezetter dringend verlegen zat om arbeidskrachten. Die waren nodig voor de oorlogsindustrie en de aanleg van verdedigingswerken. Ook Goeree-Overflakkee ontkwam niet aan deze mensenjacht. Veel mannen in de leeftijd van 17 tot 40 jaar werden opgepakt voor de Arbeitseinzatz. Zo ook Willem Vis van Heemst uit Sommelsdijk. Willem Vis van Heemst, geboren op 21 februari 1917, was ongehuwd en als landbouwer werkzaam op het bedrijf van zijn vader. Dat laatste gold ook voor zijn dorpsgenoot Pieter Jacob Slis (24 april 1911), die op dezelfde dag werd weggevoerd. Dat gebeurde vlak voor Kerstmis 1944, op 21 en 22 december.

Ontsnapping
Het tweetal wist in Kampen te ontsnappen. Samen met Klaas Mastenbroek uit Stad aan ’t Haringvliet trokken ze te voet zuidwestwaarts, met als uiteindelijke doel om weer terug op Flakkee te komen. Onderweg, in het Veluwse Putten, kregen ze hulp van de familie Van der Poel, die in het verleden nog in Sommelsdijk had gewoond. De heer des huizes was er hoofd geweest van de christelijke school aan de Jacob Banestraat. Ze wisten Rotterdam te bereiken, waar ze op een tijdelijk adres een gunstig moment afwachtten voor de laatste etappe naar Flakkee. De S.D. had er lucht van gekregen en deed een inval. Drie anderen konden ontkomen door van een balkon te springen. Maar Slis en Vis van Heemst waren de klos. De S.D. nam het tweetal mee voor verhoor. Omdat ze zich hadden onttrokken aan de Arbeitseinsatz, kwam de Flakkeese mannen terecht in het beruchte politiebureau aan het Haagsche Veer. Lang zouden ze daar niet zitten, want op 7 januari 1945 werd het tweetal, samen met acht andere gevangenen, naar Bergschenhoek gebracht om gefusilleerd te worden. Dit als represaille van de Duitsers voor het ombrengen van een Duitse soldaat in die plaats. Het ging om de schildwacht Franz Schilar, die het slachtoffer werd van een in paniek geraakte voortvluchtige dief. Uit getuigenverklaringen was al snel duidelijk dat er geen sprake was van een politieke moord. De man, die ervandoor ging, had het dodelijke schot puur uit angst gelost. Toch nam de Rotterdamse S.D.-leider H.J. Wölk de zaak hoog op. De bezetter zon op vergelding. Die kwam er, op 7 januari 1945. De tien mannen, vanuit Rotterdam aangevoerd met een gevorderde vrachtwagen van het Gemeentelijk Elektriciteitsbedrijf (GEB), werden geëxecuteerd op de Bergweg, de plaats waar schildwacht Schilar was vermoord.

Machteloosheid
“De politieke gevangenen staan onwezenlijk als aan de grond genageld. Het dringt nauwelijks tot hen door”, schrijft B. Metselaar in een reconstructie van de gebeurtenissen op 6 en 7 januari 1945. “Versuft, verbleekt, verslagen worden ze tot beneden aan de dijk geleid. Heel even gaat heel veel in hen om. Gedachten aan thuis, aan vrouw en kinderen en familie? Niet te peilen, een mengeling, misschien van haat, van machteloosheid, van gebed. Terwijl het executiepeloton wordt samengesteld, wordt de gevangenen een sigaret aangeboden. Wie wil, kan van deze cynisch aandoende laatste gunst gebruik maken. Dan klinken luide commando’s. Het peloton treedt aan en dan komt ‘het’ commando. Het betekent het einde van tien jonge mensenlevens. Voorbijgangers, mensen, die uit de kerk komen, mensen uit de stad, die van honger de boer op gaan. Alles moet stoppen en getuige zijn van het wrede machtsvertoon van de bezetter. Ordnungspolizei en S.D. militairen verdwijnen weer. Zij hebben hun werk gedaan. De lichamen der geëxecuteerden blijven liggen ‘ter afschrikking’.”

De jongste van het gefusilleerde tiental was 21, de oudste 43. Piet Slis was 33, Willem Vis van Heemst 28. De namen van de andere geëxecuteerde mannen zijn Max Leendert Lijklema (22), Cornelis Mink, (21), Bertus Pragt, Dingenis Sanderse (23), Adrianus Snoek (37), Johannes Hendrikus Storm (43), Adrianus Cornelis Swenne (27) en Herman Rink Veenema (37).

Tegen de avondschemering kwam een vrachtwagen van de Rotterdamse Gemeentereiniging naar Bergschenhoek om de ontzielde lichamen naar de algemene begraafplaats Crooswijk in Rotterdam te brengen. Op 1 november 1945 volgde een herbegrafenis van Piet Slis en Willem Vis van Heemst op de algemene begraafplaats te Sommelsdijk. Dit onder grote belangstelling. Kort na de bevrijding is aan de Bergweg in Bergschenhoek een eenvoudig kruis geplaatst ter nagedachtenis.


Bronnen:
Blijvend Gedenken – D. Hoogzand
Het kruis aan de Bergweg – B. Metselaar
familie Piet Slis
familie Willem Vis-van Heemst
Piet de Man

Tekst:
Kees van Rixoort