Jacob Visbeen

Jacob Visbeen


Jacob (Jaap) Visbeen was lid van de Brigade ‘Prinses Irene’, in de volksmond ook wel Prinses Irene Brigade genoemd. Hij kwam op 23 november 1944 bij West-Souburg op Walcheren om het leven na actief te zijn geweest in onder meer Frankrijk en Engeland.

Jaap kwam op 24 september 1915 ter wereld in Nieuwe-Tonge. Daar groeide hij ook op. Op 13-jarige leeftijd werd hij koeienwachter voor een van de boeren uit de omgeving. Vijf jaar later kreeg Visbeen zijn oproep voor militaire dienst. Aanvankelijk kwam hij bij de cavalerie, later bij de marechaussee. Na zijn opleiding ging hij naar Axel in Zeeuws-Vlaanderen, waar hij de taak kreeg om als onderdeel van de brigade aldaar de landsgrens te bewaken. Vooral toen de brigade volledige bereden werd, voelde hij zich thuis als een vis in het water. Visbeen was immers gek op paarden.

Enkele dagen na de capitulatie vertrokken alle in Zeeland aanwezige marechausseebrigades naar Frankrijk. Dit op bevel van schout-bij-nacht Van der Stad. Ook Visbeen moest Nederland verlaten. Hij was niet eens meer in de gelegenheid zijn familie van zijn vertrek op de hoogte te brengen. Het bericht van zijn vertrek uit Axel zou pas veel later via het Internationale Rode Kruis in Nieuwe-Tonge bekend worden. De marechaussees slaagden erin om de snel oprukkende Duitsers achter zich te houden. Het was de bedoeling om via Cherbourg naar Engeland te gaan, waar ook koningin Wilhelmina en de Nederlandse regering zich bevonden. Daar kwam echter niets van terecht. Waarschijnlijk waren er geen schepen om de marechaussees over te varen. Via Brest kwam Visbeen alsnog in Engeland terecht.

Jacob volgde een parachutistenopleiding en raakte hierbij zwaargewond aan zijn linkerschouder. Een langdurige ziekenhuisopname was het gevolg. Na zijn herstel sloot hij zich aan bij de Koninklijke Nederlandse Brigade ‘Prinses Irene’. In de jaren daarna volgde hij intensieve trainingen ter voorbereiding op de invasie in het bezette West-Europa. Op zeker moment werd Visbeen bevorderd tot sergeant.

Front in Frankrijk

In augustus 1944, dus na de invasie op de Normandische kust, ging de Prinses Irene Brigade naar het front in Frankrijk. Visbeen maakte deel uit van een van de gevechtsgroepen. De brigade raakte betrokken bij gevechten rond Pont Audemer, niet ver van de Seine. In de laatste week van augustus brak het front over de volle lengte open, waarna snelle Britse gepantserde eenheden in de eerste dagen van september Brussel en Antwerpen bereikten. Na de grote luchtlandingen in het kader van operatie ‘Market Garden’ werd de brigade ingezet bij onder meer Beringen en Grave. Nadat eind oktober ook Tilburg was bevrijd, kwam een voorlopig einde aan de actieve inzet van de Prinses Irene Brigade bij de bevrijding van Nederland.

De voltallige brigade kreeg vervolgens opdracht tot bewaking van een gedeelte van het inmiddels bevrijde Walcheren en Noord-Beveland. Visbeen arriveerde in Middelburg. De meeste militairen van de groep werden gehuisvest in het gebouw van de plaatselijke HBS. Ze gingen landmijnen ruimen. Een gevaarlijke klus, die Jacob Visbeen noodlottig werd toen hij bezig was op het jaagpad langs het Kanaal door Walcheren bij West-Souburg. De explosie die een eind aan zijn leven maakte was enorm.

Visbeen werd slechts 29 jaar. Kennelijk zijn later nog enige stoffelijke resten van hem gevonden, want hij kreeg een graf op een tijdelijke begraafplaats in Middelburg. In de zomer van 1945 volgde een herbegrafenis op de Algemene Begraafplaats aan de Westelijke Havendijk in Middelburg.

Het gehele uitgewerkte verhaal is te lezen in de publicatie ‘De Tweede Wereldoorlog op Goeree-Overflakkee, deel 1’ van de stichting WO2GO. Deze is te koop in de webwinkel van de stichting.


Bronnen:
Blijvend Gedenken – D. Hoogzand
De geschiedenis van de Koninklijke Nederlandse Brigade ‘Prinses Irene’ – generaal-majoor V.E. Nietrasz
De Tweede Wereldoorlog op Goeree-Overflakkee, deel 1 – Stichting WO2GO
familie Visbeen
Stichting Historisch Onderzoek Tweede Wereldoorlog

Tekst:
Kees van Rixoort