21 juli 1944

Vroeg in de nacht van 20 op 21 juli 1944 wordt de betrekkelijke stilte boven het dorpje Oude-Tonge op Flakkee verstoord door het gierende geluid van een in nood verkerend vliegtuig. Kort daarop volgt een enorme dreun als het toestel neerstort in de nabije omgeving van het dorp. Enkele leden van de Luchtbeschermingsdienst en een aantal Duitse militairen proberen het toestel te lokaliseren, maar door het duister van de nacht en de moeilijk begaanbare wegen lukt dat niet. Er wonen dan nog maar weinig mensen in Oude-Tonge, aangezien de meesten geëvacueerd waren in verband met de inundatie, dus getuigen zijn er nagenoeg ook niet. Gevreesd wordt echter wel voor weer een wreed einde aan een aantal jonge levens.

Wat men dan nog niet weet, is dat het hier gaat om een Avro Lancaster met productienummer LM595 en squadroncode GI-Q, van No. 622 squadron van de Engelse luchtmacht, de Royal Air Force (RAF). Het toestel is enkele uren daarvoor, om 23:10 uur opgestegen van de Engelse basis Mildenhall in Suffolk. Het maakt deel uit van in totaal 147 Lancasters die in deze nacht door de RAF worden ingezet om een olieraffinaderij bij de stad Homberg te bombarderen. Militair gezien is het een succesvolle aanval, aan de raffinaderij wordt grote schade toegebracht. De productie van brandstof voor vliegtuigen is volgens Duitse bronnen eind mei 1944 nog 6.000 ton per dag. Door deze en voorgaande aanvallen, valt de productie echter terug tot slechts enkele honderden tonnen per dag. Helaas is de tol onder de Engelse toestellen bij de aanval op Homberg die nacht hoog; twintig toestellen vallen ten prooi aan luchtdoelgeschut en de Duitse nachtjagers en keren niet meer terug op hun basis, waaronder dus ook de Lancaster LM595. De aanval op Homberg is maar één van de doelen die de RAF deze nacht aanvalt. Als andere locaties worden onder andere spoorwegen, lanceerplaatsen voor de V-1, de vliegende bommen, en fabrieken voor synthetische olie aangevallen.

 


 

 De bemanning van het onfortuinlijke toestel dat op deze dag ten prooi valt aan een Duitse nachtjager, bestaat uit 7 personen. Op één na zijn zij allen van de Engelse nationaliteit; de zevende is een Canadees. Aan boord zijn twee bemanningsleden die beide uit Bradford in Yorkshire, Engeland komen. Het zijn F/.S Ernest Crowther en Sgt. James Leslie Spaven. Hun leeftijd is met respectievelijk 35 en 34 jaar relatief hoog voor de overwegend jonge bemanningsleden van Bomber Command. De gemiddelde leeftijd binnen dit onderdeel komt namelijk maar net aan de 21 jaar.

 De crew van de Lancaster LM595 bestaat uit:

  • F/O John Edgar Alexander ‘Alec’ Pyle  (piloot)  
  • Sgt. Albert Howard Hall (boordwerktuigkundige)
  • F/S Peter Alexander MacGibbon (navigator)   
  • F/S Leslie Tomlinson (bommenrichter)
  • F/S Ernest Crowther (radiotelegrafist)
  • P/O William Harry Pool (schutter)  uit Canada
  • Sgt. James Leslie Spaven (schutter)

Na het nachtelijke drama bij Oude-Tonge kan pas bij  het daglicht van de volgende ochtend onderzoek plaatsvinden waar het toestel is neergekomen. Al snel wordt dit gevonden aan de zuidkant van Oude-Tonge, zo’n honderd meter van de Molendijk, in de geïnundeerde Molenpolder. Met moeite kunnen de resten van de bemanningsleden uit het wrak worden geborgen. De lichamen zijn zwaar verminkt en gedeeltelijk verbrand, identificatie is niet mogelijk. Ze worden vanwege de wateroverlast niet begraven op de algemene begraafplaats, maar aan de noordzijde van de Nederlandse Hervormde Kerk. In 1946 worden hun stoffelijke resten overgebracht naar de Engelse militaire begraafplaats te Bergen op Zoom, waar ze tot op de dag van vandaag in vrede rusten. Dat het jonge mensen waren die voor de oorlog een normaal burgerberoep hadden, wordt gesymboliseerd door de 22 jarige piloot J.E.A Pyle. Hij is nog maar 14 maanden getrouwd met zijn vrouw Catherine wanneer hij om het leven komt bij Oude-Tonge. Hij is van beroep ingenieur bij een chemisch bedrijf in Nottingham. Na de oorlog treedt Catherine Pyle in het huwelijk met de broer van Alexander Pyle. Op haar uitdrukkelijk verzoek wordt Alexander Pyle hier herinnerd als Alec Pyle.

 


 

De Lancaster LM595 GI-Q is een Mark (versie) III en wordt op 10 juni 1944 afgeleverd aan 622 squadron. Het toestel heeft in totaal 73 uren dienst gedaan voordat het neerstort bij Oude-Tonge. Ook deze Lancaster maakt onderdeel uit van het Engelse Bomber Command. Dit is een afdeling van de RAF die in het begin van de Tweede Wereldoorlog met slechts vijfhonderd slecht uitgeruste bommenwerpers wordt ingezet om de oorlog terug te brengen naar Duits grondgebied. Aanvankelijk slaagt men er nauwelijks in de doelen ook maar te raken en het verliescijfer onder de traag en laag vliegende toestellen en hun bemanning is hoog. Er zijn betere toestellen nodig en wijziging van de tactiek.

De Britten kiezen voor de relatieve veiligheid van het donker van de nacht en concentreren hun toenemende aanvallen op doelen in bezet Europa en Duitsland zelf. In ijltempo wordt gewerkt aan het ontwerpen van zwaardere viermotorige bommenwerpers die tot ver in Duitsland kunnen opereren. Na enkele minder succesvolle toestellen komt op 9 januari 1941 het prototype van de Avro Lancaster in de lucht, een doorontwikkeling van de tweemotorige Avro Manchester. De productie van dit veelbelovende toestel wordt één van de prioriteiten van de Engelse luchtvaartindustrie. Het blijkt met zijn vier Rolls Royce Merlin motoren een betrouwbaar en veelzijdig toestel te zijn waarvan diverse specialistische versies worden ontworpen. Zeer bekend is het type dat in staat is om een ronddraaiende stuiterende bom af te werpen waarmee de dammen in het Duitse Ruhrgebied worden aangevallen (de Dambusters). Ook komen er versies die in staat zijn de tot dan toe zwaarste bommen te vervoeren, de zogenaamde Tallboy en de 10.000 kg zware Grand Slam aardbevingsbommen waarmee o.a. het Duitse slagschip Tirpitz wordt vernietigd. In totaal zijn er 7.737 Lancasters geproduceerd. Hiervan vliegen er in 2011 wereldwijd nog slechts twee exemplaren.