10 mei 1940 Proostweg

Op de eerste oorlogsdag vrijdag 10 mei 1940 worden de inwoners van Sommelsdijk opgeschrikt door het geronk van een aantal vliegtuigen. Nieuwsgierig en nog onbekend met de gevaren, rennen zij de straat op om te zien wat er zich allemaal afspeelt boven het normaal zo rustige en vredige dorpje. Het schouwspel wat zij waarnemen, is een luchtgevecht tussen een aantal Duitse jagers die op de huid zitten van een Nederlandse bommenwerper.

Het Nederlandse toestel is een verkenner/bommenwerper van het type Fokker C.V en wordt bemand door de piloot sergeant-vlieger Klaas Zwarthoed en luitenant-waarnemer Willem Meulkens. Beide vliegeniers hebben al in de vroege morgen kennis gemaakt met het oorlogsgeweld als het vliegveld Gilze-Rijen, waar zij zijn gestationeerd, is aangevallen door de Duitse oorlogsmachine. Wonder boven wonder raakt bij deze aanval niemand gewond. Zij krijgen daarop het bevel om het vliegveld te ontruimen en zich terug te trekken naar vliegveld Haamstede in Zeeland. Vanaf hier vliegen beide jongemannen hun eerste missie welke naar later zal blijken ook hun laatste zal zijn. Rond kwart over twaalf stijgen twee Fokker C.V’s op met als doel het bombarderen van vliegveld Waalhaven, welke reeds in Duitse handen is gevallen. Het toestel met code 606 wordt bemand door W. Roozeboom en B. van Steenbergen en de 614 door K. Zwarthoed en W. Meulkens. Onderweg naar hun doel worden zij onderschept door een groep Duitse jagers van het type Messerschmitt 109, welke zich op hun prooi werpen al een stel hongerige wolven. De Nederlandse piloten weten dat zij geen kans maken en proberen dekking te zoeken in een zuidelijk gelegen wolk. Het toestel 606 weet de wolk te bereiken, maar als deze oplost zijn zij weer een eenvoudig doelwit. Beide vliegeniers komen dan ook om het leven. Piloot Zwarthoed wordt zo op de huid gezeten dat hij geen andere mogelijkheid ziet om door middel van een steile duik met korte bochten een noodlanding te maken. Een noodlanding die uiteindelijk ternauwernood slaagt en plaatsvindt nabij dit informatiepaneel aan de Proostweg, destijds de Davidsweg. Beide vliegeniers verlaten in allerhaast het toestel en kunnen terwijl de kogels rond hun oren vliegen, een nabij gelegen greppel bereiken. Hun toestel wordt uiteindelijk in brand geschoten en na een serie explosies van de achtergebleven bommenlast heerst er opeens weer een vreemde vredige stilte.


 

Nadat een aantal met rieken en harken gewapende dorpsbewoners, is uitgelegd dat zij aan de goede kant vechten, kunnen Zwarthoed en Meulkens terugkeren naar hun legeronderdeel. Dit bereiken zij al vroeg in de avond, maar gezien het verdere verloop van de oorlog, worden er geen missies meer gevlogen.

Beide vliegeniers worden na het einde van de oorlog krijgsgevangenen gemaakt, maar kunnen na de demobilisatie weer op vrije voet naar huis en haard. Piloot Klaas Zwarthoed keert terug naar zijn geboortestad Lemmer, al waar hij al snel betrokken raakt bij het verzet. De verzetsactiviteiten bestaan voornamelijk uit wapensmokkel. Als eind 1944 de Binnenlandse Strijdkrachten worden opgericht, wordt Klaas verkozen tot de groepscommandant van het gebied Lemmer. Na de oorlog vertrekt hij al snel naar Engeland waar hij zijn vliegopleiding voltooit, maar al snel verruilt hij het militaire uniform voor een baan bij de KLM. Hier vliegt hij zelfs een aantal maal voor leden van het Koninklijk Huis. Op 7 augustus 1983 overlijdt Klaas Zwarthoed na een ernstig ziektebed en laat een vrouw en drie zonen achter. Ook Willem Meulkens raakt betrokken bij het verzet en kruipt een aantal maal door het oog van de naald. Tegen het eind van de oorlog wordt ook hij lid van de Binnenlandse Strijdkrachten en is zelfs betrokken bij de arrestatie van Anton Mussert en Max Blokzijl. Na de oorlog volgt hij een opleiding tot vlieger bij de Royal Air Force en vervolgens in Amerika de opleiding tot helicopter piloot. Van 2de Luitenant Waarnemer klimt hij op tot Luitenant-Kolonel in de Nederlandse luchtmacht totdat hij bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd de actieve dienst verlaat. Willem Meulkens overlijdt op 28 maart 1989 in Den Haag.


 

De Fokker C.V (C.5) was het meest succesvolle naoorlogse (Eerste Wereldoorlog) militair product van de Fokker fabrieken. Het toestel werd in grote aantallen verkocht in het buitenland of daar in licentie vervaardigd en dan met name in Italië, Noorwegen, Denemarken en Hongarije.

De C.V werd aanvankelijk in vijf uitvoeringen geleverd, waarbij deze onderling vooral te onderscheiden waren aan de vleugels. Voor diverse rollen waren verschillende vleugelsettings en spanwijdtes gekozen. De C.Va t/m e, hadden een spanwijdte variërend van 12,03m (tactische verkenner) tot 15,30m (bommenwerper, strategische verkenner). Vanaf eind jaren 20 werden tenslotte alleen nog maar de types C.Vd en C.Ve geproduceerd. In 1926 werden 33 stuks C.5d door de Luchtvaartafdeling besteld, die de registraties 590 t/m 622 kregen. Ze hadden allemaal de rol als tactische verkenner, een spanwijdte van 12,50m en een 350 pk motor. Hierbij behoort dus ook het toestel met code 614 dat hier op de tiende mei 1940 een noodlanding maakte. De C.V was uitgerust met twee vaste mitrailleurs van kaliber 7.9mm welke naar voren vuur uitbrachten en een bedienbare 7.9mm mitrailleur bij de waarnemer/ bommenrichter. Voorts kon het toestel in verwisselbare bommenrekken drie typen munitie afwerpen: 16 scherfgranaten van 8 kg elk (128 kg), 4 bommen van 25 kg (100 kg) of 4 bommen van 50 kg (200 kg). Voor het bombardement op de Waalhaven was de 614 uitgerust met het bommenrek voor de 25kg last. Het toestel is in de meioorlog daadwerkelijk ingezet in de rollen waar het voor was gekocht: tactische verkenning en lichte grondsteun. Het bleek een wonderlijk effectief toestel, dat een groot deel van alle luchtaanvallen zou uitvoeren. Van alle Fokker C.V’s heeft maar één exemplaar het oorlogsgeweld in Nederland overleefd. De 618 behoort toe aan de collectie van het Nederlandse Luchtvaart Museum.