Toespraak dhr. de Man

Op 4 mei jl. sprak dhr. de Man tijdens de herdenkingsbijeenkomst in de Hervormde kerk in Dirksland over de vervolgde Joden uit dit dorp. Voor de mensen die hier niet bij aanwezig konden zijn, hebben wij de toespraak hier op de website geplaatst. De informatie hierin, zal binnenkort worden verwerkt in het thema de Jodenvervolging op deze website.

Onderaan de toespraak is een verslag te bekijken van de herdenkingsbijeenkomst bij het oorlogsmonument in Dirksland, welke door de SLOGO is gemaakt.


4 mei 2016 herdenking Joodse slachtoffers uit Dirksland in Ned. Herv. Kerk

 Op Jom Hasjoa, de dag van de Sjoa, dat is Hebreeuws voor vernietiging, herdenkt de joodse gemeenschap over de hele wereld de slachtoffers van de naziterreur. Die dag, 27 Niesan in de Hebreeuwse kalender, valt dit jaar samen met 4 mei en daarom herdenken wij vandaag in Dirksland in het bijzonder de vroegere Joodse inwoners van ons dorp die tijdens te Tweede Wereldoorlog zijn omgebracht.

 Al vanaf 1 juni 1940 ontstonden er grote veranderingen in het leven van de Joodse inwoners van Nederland door ingrijpende, van overheidswege genomen, anti-Joodse maatregelen, maar op 20 januari 1942, tijdens de Wannseeconferentie in Berlijn, besloten Hitler en zijn trawanten een definitief einde te maken aan het leven van Joden , Sinti, Roma, homosexuelen en geestelijk minder volwaardige mensen. Bevolkingsgroepen die, in nazi-ogen, geen recht op een leven hadden.

 Veelal in 1942 en 1943 werden deze mensen daarom vanuit hun woonplaatsen gedeporteerd naar vernietigings- of doorvoerkampen als Auschwitz, Sobibor, Treblinka, Majdanek, Bergen-Belsen of Theresienstadt. Zes miljoen van hen werden tijdens de Holocaust vermoord. Uit Nederland werden 107.000 Joden gedeporteerd. 102.000 van hen kwamen om. Ongeveer 5000 van hen keerden na de oorlog terug. Vanuit Westerbork, waarvandaan de meesten werden weggevoerd, vertrokken 97 treinen, hoofdzakelijk naar Auschwitz en Sobibor. In vier van die treinen zaten, of liever stonden, 7 Joodse medeburgers uit ons dorp. 7 van de 57 Joodse inwoners van ons eiland.

 Ik noem u de namen van onze zeven vroegere Joodse dorpsgenoten, waarbij ik mij realiseer dat de meesten van u hen waarschijnlijk niet gekend zullen hebben. Ik begin met mijn vroegere buren van de Straatdijk die ik weliswaar heb gekend, maar aan wie ik helaas geen andere herinneringen heb dan dat. Ik was 7 jaar toen zij uit Dirksland verdwenen. Philip Gazan, 48 jaar, slager op de Straatdijk, nu nr. 8, een van de vier slagers die destijds op de Straatdijk hun slagerij dreven. Hij is op 14 augustus 1942 weggevoerd naar Westerbork en van daaruit op 24 augustus 1942 gedeporteerd naar Auschwitz. Waarschijnlijk heeft hij daar eerst dwangarbeid verricht, want als overlijdensdatum staat 30 september 1942 geregistreerd. Dat is echter een datum die veel voorkomt en werd gebruikt als de werkelijke datum niet bekend was. Zijn vrouw, Eva Gazan-Meuleman, 44 jaar, lag in het ziekenhuis in Dirksland en moest op 1 februari 1943, evenals alle Joodse mensen die in andere ziekenhuizen waren opgenomen, naar het Nederlands Israëlitisch Ziekenhuis in Amsterdam. Daaruit wist zij in maart 1943, samen met Deetje Rood uit Middelharnis, te ontsnappen, onder te duiken en zo de oorlog te overleven. Over hun dochter Sebilla lees ik u een gedicht voor dat in 2005 is geschreven door onze vroegere dorpsgenoot Cornelis Peekstok.

Sebilla

Wie zal zeggen hoe het was,
dat kleine, grote rampjaar ´42
waarin Berlijns geboefte
in ´t geheim almachtig
had besloten alle joodse burgers
uit te roeien, rücksichtslos,
hoe en waar dan ook.

Wie zal zeggen hoe het was,
toen zij op 4 november 18 werd,
de vader al maandenlang geleden
afgevoerd, en uit ´t ver gelegen
onbekende kamp van gas en as,
waar werken onbeschrijflijk was,
werd taal noch teken meer gehoord.
                                                                           
Wie zal zeggen hoe het was,
jarig zijn, alleen, in ´t holle huis,
nu ook de moeder weg in ´t hospitaal,
met slechts één langverwachte brief,
maar niet van vader, ´t kwam van dichterbij,
van hogerhand,  behelsde mee te komen
en te gaan de weg die vader eerder ging.

Waar was de ruimte om te schuilen,
van hoogbehuisde dokters, dominees
tot andere ambtelijke kringen, met kamers veel,
van herenboeren met hun grote schuren
tot keuterboeren met hun vele hokken?
Of was een star, naïef geloof en denken
sterker dan welk angstig voorgevoel?

Wie zal zeggen hoe het was,
die laatste blik op hospitaal
en eiland, ´t oude Rotterdam in puin,
Mokums drukke Joodse Schouwburg,
een laatste week in ´t Drentse kamp,
vóór ´t helse, bonkend sporen
drie dagen/nachtenlang in veewagons,
tot slot gedumpt voorbij de Arbeitsfreiheit.  
         
Huppelend ging ik langs gesloten winkeldeur,
de geleende Goede Herder in hart en hand,
’t verving  gekregen vroeger snoepgoed,
en zweefde over lichte straatdijkklinkers:
de wereld was nog klein en feestelijk fijn,
het abc maar net begonnen,
op ´t xyz nog lang geen zicht.

Mijn zus Elisa, 9 dagen jonger slechts, probeerde,
althans dat ware dom naïef te hopen,
de vijand met haar charmes in te palmen,
Sebilla´s duister lot te keren, “aber NEIN!”

Na jaren kapten stoere knapen tijdelijk haar haren.
Mijn God, waar was Elisa´s God,
en waar Sebilla´s Jahwe?

Wie zal zeggen waar Zij waren …  

                                                                  Cornelis Peekstok20-10-2005  

Dochter Sebilla, roepnaam Bella, werd op haar 18e verjaardag, op 4 november 1942, naar Westerbork gebracht. Haar vader was toen dus al overleden, maar dat wist zij natuurlijk nog niet. Omdat haar moeder in het ziekenhuis lag, verbleef Bella alleen in hun huis. Op 10 november 1942 werd zij van Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Op 13 november 1942 is zij daar, direct na aankomst, vergast. Voor hun voormalige huis werden op 12 april 2014 ter herinnering aan hen Stolpersteine (herdenkingsstenen) gelegd. Velen van u hebben die, naar ik hoop, gezien en de tekst erop gelezen. Als dat niet het geval is, dan raad ik u aan daar toch eens naar te gaan kijken.

 Aan het Achterdorp woonde de familie Haagens, die daar een manufacturenwinkel bezat. Hun woning is helaas afgebroken, maar stond ter hoogte van het huidige nummer 17. Vader Bernard Haagens, 55 jaar, zijn vrouw Wilhelmina Haagens-Rood, 54 jaar, en hun dochter Sera, 25 jaar, werden op 4 november 1942 weggevoerd naar Westerbork. Sera werd op 25 mei 1943 gedeporteerd naar Sobibor, waar zij op 28 mei 1943 werd vergast. Vader en moeder Haagens werden op 1 juni 1943 ook naar Sobibor gedeporteerd, waar zij allebei op 4 juni 1943 eveneens werden vergast. Een treinreis naar Auschwitz of Sobibor duurde meestal drie dagen, zodat duidelijk is dat zij direct na aankomst daar om het leven werden gebracht. Ook op de plaats waar zij hebben gewoond liggen herdenkingssteentjes. Een andere dochter, Clara, trouwde in december 1940 met de niet-Joodse David Vroegindeweij uit Dirksland en werd daarmee gespaard. Zij kregen vier kinderen, waarvan er drie nog in leven zijn. Dochter Tineke was met haar man op 12 april 2014 aanwezig bij het leggen van de Stolpersteine voor haar grootouders en haar tante.

 Aan de Boezemweg, nu nummer 14, woonde sinds 1926 het gezin Cohen. Zij bezaten een manufacturenwinkel op de Voorstraat in Dirksland, op de plaats van de aanbouw aan het voormalige gemeentehuis. Maurits Cohen, 64 jaar, en zijn vrouw Rosalie Cohen-de Vries, 60 jaar, werden op 4 november 1942 vanuit Dirksland naar Westerbork vervoerd. Op 10 november 1942 werden zij vandaar gedeporteerd naar Auschwitz, waar zij beiden op 13 november 1942 werden vergast. Van hun drie kinderen was een zoon al overleden en een dochter naar elders vertrokken. De andere zoon emigreerde in 1937 naar de Verenigde Staten. Met zoons van hem heb ik, met dank aan Dennis Notenboom die hen binnen een heel korte tijd wist te traceren, sinds kort contact. Via hen zijn er nu ook foto’s van hun grootouders aanwezig. Als bekend is wanneer voor het huis van hun grootouders Stolpersteine worden geplaatst, komen zij waarschijnlijk naar Dirksland. Goed dat hun namen op het paneel aan het Poldersweegje nu ook een gezicht krijgen.

 Anti-semitisme is van alle tijden en is helaas onuitroeibaar. Denk aan vrij recente aanslagen op Joden en Joodse instellingen in Toulouse, Parijs, Brussel en Kopenhagen.  Laten wij nooit vergeten wat met 6 miljoen onschuldige medeburgers tijdens de Tweede Wereldoorlog is gebeurd.


Laat een reactie achter